LATIJNSE GEZEGDES
Beginnend met: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
A   top  
   
Ab amicis honesta petamus  
Laten we van onze vrienden louter eerzame dingen vragen.  
   
Ab asino lanam  
Wol van een ezel; bloed uit een steen (onmogelijk).  
   
Ab imo pectore  
Vanuit het diepst van het hart. (uit het hart) (Julius Caesar)  
   
Absentem laedit, qui cum ebrio litigat  
Hij die met een dronkaard twist, kwetst een afwezige.  
   
Absit invidia  
Geen kwaad bedoeld.  
   
Ab ovo usque ad mala  
Van het ei regelrecht naar de appels. (Van begin tot eind) (Horatius)  
   
Abyssus abyssum invocat  
Afgrond roept afgrond. (Een fout leidt naar de volgende.)  
   
Accipere quam facere praestat injuriam  

Het is beter onrechtvaardigd te worden behandeld,

dan een onrechtvaardigheid te begaan.

 
   
Acta est fabula  
De daden zijn een toneelstuk. (het spel is afgelopen.)
Met deze woorden werd in de Romeinse theaters het einde van de voorstelling aangegeven.
Dit zouden de laatste woorden van keizer Augustus zijn geweest.
 
   
Acta est fabula, plaudite!  

De daden zijn een toneelstuk, applaus!

(het spel is afgelopen, applaus!)
Dit zouden ook de laatste woorden van keizer Augustus zijn geweest.

 
   
Acta non verba  
Geen woorden maar daden.  
   
Ad astra per aspera  
Naar de sterren door inspanning.  
   
Ad calendas graecas of ad kalendas graecas  

Naar de Griekse calendae verschuiven. (met sint-juttemis.)
Kalendae noemden de oude Romeinen de eerste dag van de maand,

waarop meest betalingen plaatsvonden.
De Grieken kenden echter geen kalendae!

 
   
Adde parvum parvo magnus acervus erit  
Voeg een beetje bij een beetje en je hebt een grote berg. (Ovidius)  
   
Ad multos annos  
Naar vele jaren!, i.e. nog vele jaren!  
   
Adolescens laudandus, ornandus, tollendus  

De jongeman moet worden geprezen, onderscheiden en ter zijde geschoven.

(Cicero refererend naar Octavianus, de latere Augustus)

 
   
Ad praesens ova cras pullis sunt meliora  
Eieren vandaag zijn beter dan kuikens morgen.
(n vogel in de hand is beter dan tien in de lucht)
 
   

Adversis rebus prosperisque

In voor en tegenspoed

 
   
A fronte praecipitium a tergo lupi  
Een afgrond van voren, en wolven van achteren. (tussen Scilla en Chrybdis)  
   
Age quod agis  
Doe waar je goed in bent, (let op wat je doet)  
   
Ago ergo sum  
Ik handel, dus ik besta.  
   
Alea iacta est  
De dobbelsteen is geworpen. (de teerling is geworpen) (Julius Caesar)  
   
Aliena nobis, nostra plus aliis placent  
Andermans dingen zijn aantrekkelijker voor ons, en de onze voor andere mensen. (Publilius Syrus)  
   
Altissima quaeque flumina minimo sono labi  

De diepste rivieren stromen met het minste geluid. 

(stille wateren hebben diepe gronden)

 
   
Amantium irae amoris integratio est  
De ruzies van geliefden is de hernieuwing van de liefde. (Terentius)  
   
Amare et sapere vix deo conceditur  
Zelfs de goden kunnen niet verliefd en wijs zijn tegelijk.  
   
Amat victoria curam  
Geen overwinning zonder inspanning.  
   
Amicus certus in re incerta cernitur  
Een echte vriend wordt in onzekere tijden opgemerkt.  
   
Amicus verus est rara avis  
Een ware vriend is een zeldzame vogel.  
   
Amor caecus est  
Liefde is blind.  
   
Amor est vitae essentia  
Liefde is de essentie van het leven.  
   
Amor tussisque non celantur  
Liefde, en een hoest, kan men niet verbergen. (Ovidius)  
   
Amor vincit omnia  
Liefde overwint alles. (Vergilius)  
   
Amoto quaeramus seria ludo  

Laten we scherts terzijde laten en ons met ernstige dingen bezig houden;
Laten we, zonder gekkigheid, overgaan op serieuze zaken.

(alle gekheid op een stokje) (Horatius)

 
   
Anguis in herba  
Een slang in het gras. (een verraderlijk persoon). (Vergilius)  
   
Anicularum lucubrationes  
Ouwe wijven praatjes.  
   
Antiquo ipse cultu victuque  
Iemand van de oude stijl en levenswijze. (Tacitus, Annales 3,52-55)
Karakterisatie over het voorbeeld van Vespasianus tot inperking van de consumptie.
 
   
Asinus ad lapidem non bis offendit eundem  
Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen.  
   
Asinus asinum fricat  
De ezel wrijft de ezel.
(Verwaande mensen vleien elkaar met eigenschappen die ze niet bezitten)
 
   
Aspirat primo Fortuna labori  
Het geluk lacht onze eerste poging toe. (Vergilius)  
   
Audaces fortuna iuvat  
Het geluk begunstigd (is met) de stoutmoedige. (Vergilius)  
   
Audi alteram partem  
Luister naar de andere kant.  
   
Audi et alteram partem  
Luister ook naar de andere zijde.  
   
Audi, vide, tace, si tu vis vivere  
Hoor, zie, zwijg, als je wilt leven.  
   
Audiatur et altera pars!  
Laat ons luisteren naar de andere kant! (hoor en wederhoor)  
   
Audio, video, disco  
Ik hoor, ik zie, ik leer.  
   
Auget largiendo  
Hij die royaal geeft, vermeerderd.  
   
Aura popularis  
De volkswind. Het populaire briesje. (de veranderlijke volksgunst) (Cicero)  
   
Aurea mediocritas  
Het gulden midden. (de gulden middenweg)
Een ethisch doel; de waarheid ligt meestal in het midden. (Horatius)
 
   
Auribus tenere lupum  
Een wolf bij de oren vasthouden.
(Ik bevind mij in een gevaarlijke situatie en durf niet los te laten.) (Terentius)
 
   
Aurora Musis amica  
Ochtendgloren is een vriend van de muses. (een vroege vogel vangt altijd wat.)  
   
Aut Caesar aut nihil  
Caesar of niets, i.e., alles of niets.  
   
Aut viam inveniam aut faciam  
Ik vind een weg of ik maak er een. (ik vind een oplossing of ik maak er een)  
   
Ave caesar! Morituri te salutamus  
Gegroet Caesar! Zij die gaan sterven groeten u. (gladiatoren voor het gevecht)  
   
A verbis ad verbera  
Van woorden tot slagen.  
 
B   top  
   
Bene qui latuit, bene vixit  
Hij die fatsoenlijk leeft, leeft onopgemerkt. (Ovidius)  
   
Bene rem geras et valeas, dormias sine qura  
Ik wens u veel geluk en gezondheid, slaap zonder zorg.  
   
Beneficium accipere libertatem est vendere  
Een gunst aannemen, is vrijheid verkopen. (Publilius Syrus, Sententiae 48)  
   
Benevole lector  
Welwillende lezer!  
   
Bis dat qui cito dat  
Wie snel geeft, geeft dubbel. (Publilius Syrus, Sententiae 235)  
   

Bis vivit qui bene vivit

 
Hij die goed leeft leeft tweemaal.  
   
Boni pastoris est tondere pecus, non deglubere  
Een goede herder scheert zijn schapen, maar vilt hen niet.
(Tiberius bij Suetonius, Vita Tiberi, 32)
 
   
Bonum vinum laetificat cor hominis  
Goede wijn verblijdt het hart van een mens.  
   
Brevis ipsa vita est sed malis fit longior  
Ons leven is kort maar wordt verlengt door ongeluk. (Publilius Syrus)  
 
C   top  
   
Caeca invidia est  
Afgunst is blind. (Livius)  
   
Caeci caecos ducentes  
Blinden worden geleid door blinden.
(Leiders hebben niet meer kennis dan zij die ze leiden.)
 
   
Canes latrantes non mordent  
Blaffende honden bijten niet.  
   
Canis timidus vehementius latrat quam mordet  
Een angstige hond blaft meer dan hij bijt.
(Curtius, Historiarum Alexandri Magni Macedonis 7, 4, 13)
 
   
Carpe diem  
Pluk de dag. (gebruik de dag zo intensief mogelijk.) (Horatius, Carmina 1, 11, 8)  
   
Carpe diem, quam minimum credula postero  
Pluk de dag, vertrouw geenszins op morgen. (Horatius, Carmina 1, 11, 8)  
   
Cave canem  
Wacht u voor de hond. (pas op voor de hond.)  
   
Cave quid dicis, quando et cui  
Wees voorzichtig met wat je zegt, wanneer en tegen wie.  
   
Caveant consules  
Laten de consuls op hun hoede zijn. (men zij op zijn hoede.)  
   
Caveant consules, ne quid respublica detrimenti capiat  
Laten de consuls op hun hoede zijn, dat de staat geen nadeel ondervindt.
Formule waarmee in het oude Rome de senaat in tijd van nood
aan de consuls onbeperkte macht verleende; het Senatus Consultum Ultimum.
(het laatste bevel van de Senaat)
 
   
Caveat emptor  
De koper zij op zijn hoede.  
   

Cedant arma togae. Laat de wapens wijken voor de toga.

(Laat geweld wijken voor de wet. (Cicero)

 
   
Cedo maiori  
Ik wijk voor een meerdere.  
   
Ceterum censeo Carthaginem esse delendam  
Overigens ben ik van mening dat Carthago verwoest moet worden.
Hiermee besloot Cato de Oude al zijn redevoeringen in de senaat van Rome.
 
   
Cineri gloria sera venit  
Roem komt te laat voor de doden.  
   
Claude os, aperi oculos  
Houd je mond dicht, maar je ogen open. (mondje toe, oogjes open; zwijg en zie.)  
   
Concordia parvae res crescunt , discordia maximae dilabuntur  
De kleinen groeien door eendracht, de grootsten gaan ten onder door tweedracht.  
   
Condicio sine qua non  
Voorwaarde zonder welke (het gevolg) niet (zou ingetreden) zijn.  
   
Concordia res parvae crescunt  
Door eensgezindheid groeien kleine dingen. (eendracht maakt macht)  
   
Coniecturalem artem esse medicinam  
Geneeskunde is de kunst van het raden. (Aulus Cornelius Celsus)  
   
Conscia mens recti, famae mendacia ridet  
Wie zich bewust is van de waarheid, lacht om de leugens van het gerucht.  
   
Consuetudo altera natura est  
Gewoonte is een tweede natuur.  
   
Contradictio in terminis  
Tegenspraak in termen. (interne tegenspraak)  
   
Contra vim mortis non est medicamen in hortis  

Tegen de dood is geen geneesmiddel in de tuin.

(tegen de dood is geen kruid opgewassen.)

 
   
Cotidiana vilescunt  
Vertrouwelijkheid kweekt verachting.  
   
Cotidie damnatur qui semper timet  
Hij die doorlopend vreest wordt dagelijks veroordeeld. (Publilius Syrus)  
   
Crescentem sequitur cura pecuniam  
Met het geld groeien de zorgen. (Horatius, Carmina 3, 16, 17)  
   
Crescit amor nummi quantum ipsa pecunia crevit  

Evenzeer als het geld toeneemt, groeit ook de hebzucht.

(Iuvenalis, Saturae 14, 139)

 
   
Cui bone?  

Wie heeft er voordeel van?; voor wie is het goed?
Citaat van Lucius Cassius Longinus, consul 127 v.Chr., beroemd door zijn

formulering van de grondbeginselen van onderzoek Cui bono? door Cicero,

Phil. 2, 14, 35, Pro Milone 12, 32, Pro Sexto Roscio Amerino 30, 84 en 31, 86.

 
   
Cui cum paupertate bene convenit dives est.  

Wie het met zijn armoede goed kan vinden is rijk.

Seneca, ad Lucilium, 1.4, 11

 
   
Cui placet obliviscitur, cui dolet meminit  
We vergeten onze genoegens, we herinneren ons lijden. (Cicero, pro Mur.42)  
   
Cuiusvis hominis est errare; nullius nisi insipientis in errore perseverare  
Ieder mens maakt fouten; alleen een dwaas volhard in die fout.
I.e. maakt dezelfde fout opnieuw. (Cicero)
 
   
Cum grano salis  
Met een korreltje zout.  
   
Cum tacent, clamant  
Wanneer ze zwijgen, roepen ze. (Hun zwijgen spreekt luider dan woorden. (Cicero)  
   
Cura nihil aliud nisi ut valeas  
Let nergens op behalve dat u goed doet. (Cicero)  
   
Cura ut valeas  
Pas op u gezondheid en vaarwel. of, Draag zorg opdat het u goed gaat.
De gebruikelijke zin aan het eind van een brief gericht aan een bekende
waar men echter (nog) niet echt vertrouwelijk mee is.
 
   
Currentem incitare  

Iemand die hard loopt, nog meer aanzetten (nodeloos aansporen)

(Cicero, Ad Quintum 1, 16, 45)

 
 
D   top  
   
De gustibus non est disputandum  
Over smaak valt niet te twisten.  
   
Decessit sine prole (d.s.p.)  
Gestorven zonder nakomelingen (achter te laten).  
   
De inimico non loquaris sed cogites  
Wens uw vijanden geen kwaad, maar beraam het.  
   
Deliberandum est saepe, statuendum est semel  

Men moet vaak overleggen, maar slechts eenmaal beslissen.

(Publilius Syrus, Sententiae 132)

 
   
De mortuis nil nisi bonum  
Van de doden niets dan goeds. (Chilon)  
   
De nihilo nihil  
Van niets komt niets. (Lucretius)  
   
Desinit in piscem mulier formosa superne  
De uitkomst beantwoordt niet aan de verwachtingen. (Horatius, Ars poetica)  
   
Dictum factum  
Zo gezegd, zo gedaan. (Terentius, Heautontimorumenos 904)  
   
Dictum sapienti sat est  
Voor een goed verstaander is dit woord genoeg.
(Zie ook: sapienti sat.) (Plautus, Persa 729; Terentius, Phormio 541)
 
   
Difficile est deponere longum amorem  
Het is moeilijk een lang gekoesterde liefde op te geven. (Catullus)  
   
Diis (of: dis) manibus (sacrum) (D.M.S. of D.M.)  
Aan de godenschimmen (de zielen der gestorvenen) gewijd.
Opschrift op Oud-Romeinse graven en begraafplaatsen.
 
   
Diligentia maximum etiam mediocris ingeniis subsidium  

Zorgvuldigheid is een uitstekend hulpmiddel,

zelfs voor mensen met een matig talent.

 
   
Dimidium facti, qui coepit, habet  

Een goed begin is het halve werk; Goed begonnen is half gewonnen.

(Horatius, Epistulae 1, 2, 40)

 
   
Dispar vulgo  
Afwijkend van de grote massa.  
   
Divide et impera  
Verdeel en heers.  
   
Doctus cum libro  
Geleerd met het boek. (Geen eigen denkbeelden.)  
   
Docendo discimus  
Door te onderwijzen leren wij.  
   
Dolus an virtus, quis in hoste requirat?  

Wie vraagt of de vijand is verslagen door list of moed?

(het doel heiligt de middelen)

 
   
Dolus bonus  

Bedrog, misleiding, ter bereiking van een goed oogmerk.

(Een leugentje om bestwil.)

 
   
Donec eris felix, multos numerabis amicos; tempora si fuerint nubila, solus eris  

Zolang je gelukkig bent, tel je veel vrienden; in sombere tijden zal je

alleen staan. (Vgl. Ovidius, Tristia 1, 9, 5/6)

 
   
Dulcia non meruit, qui non gustavit amara  

Hij verdient het zoete niet, die 't bittere niet heeft gesmaakt.

(Ovidius,Ars Amatoria III,5,11)

 
   
Dum vivimus, vivamus  
Laten we van het leven genieten, zolang als we leven.  
 
E   top  
   
E fructu arbor cognoscitur  
Aan de vruchten herkent men de boom.  
   

Emas non quod opus est, sed quod necesse est;

quod non opus est, asse carum est

 

Koop niet wat misschien nodig is, maar wat noodzakelijk is; wat niet nodig is,

is altijd te duur.
(Cato maior bij Seneca, Epistulae morales ad Lucilium 94, 27)

 
   
Eo ipso  
Vanzelf; juist daardoor.  
   
Epistula non erubescit  
Een brief bloost niet. (Cicero)  
   
Errare humanum est  
Vergissen is menselijk. (Seneca)  
   
Et in Arcadia ego  

Ook ik ben in Arcadi geweest.
Uitroep waarmee men de kortstondigheid van het geluk en de spijt over wat men

heeft verloren uitdrukt.
Is ontleent aan een schilderij van Schidone (ca. 1570-1615) waarop twee

jeugdige herders naar een doodskop kijken.

 
   
Eventus docebit  
De afloop zal het leren. (Livius)  
   
Exceptio probat regulam  
De uitzondering bevestigt de regel.  
   
Ex more  
Volgens gewoonte.  
   
Ex nilhilo nihil fit  
Niets komt van niets.  
   
Exempli gratia (e.g)  
Bijvoorbeeld.  
   
Experientia docet stultos  
Ervaring onderwijst dwazen.  
   
Experientia docet  
Ervaring is de beste leermeester.  
 
F   top  
   
Fabas indulcet fames  
Honger maakt rauwe bonen zoet.  
   
Faber est suae quisque fortunae  
Iedere man is de schepper van zijn eigen geluk. (Appius Claudius Caecus)  
   
Facile omnes cum valemus recta consilia aegrotis damus  
Wanneer men zelf gezond is, is het gemakkelijk goede raad aan zieken te geven.
(Terentius, Andria 309)
 
   
Facta, non verba  
Geen woorden, maar daden.  
   
Fallaces sunt rerum species  
Bedrieglijk is de schijn der dingen. (Schijn bedriegt.) (Seneca)  
   
Fallit imago  
Beeld misleidt. (Schijn bedriegt)  
   
Fama nihil est celerius  
Niets is sneller dan een gerucht. (Livius)  
   
Fere libenter homines id quod volunt credunt  

De mensen geloven graag wat ze willen.

(Caesar, Commentarii de bello Gallico 3, 18)

 
   
Festina lente  
Haast je langzaam. (haastige spoed is zelden goed.)
Motto van Augustus.
 
   
Festina lente, omnia fac cauta mente  
Haast je langzaam, doe alles omzichtig van geest.  
   
Flamma fumo est proxima  
De vlam is het dichtst bij de rook. (waar rook is, is vuur.) (Plautus, Curculio 53)  
   
Flamma fumo est proxima; fumo comburi nil potest, flamma potest  

De vlam is het dichtst bij de rook; door rook kan niets verbranden,

maar wel door de vlam. (Plautus, Curculio 53/54)

 
   
Formosa facies muta commendatio  

Een schoon gelaat is een stilzwijgende aanbeveling.

(Publilius Syrus, Sententiae 169)

 
   
Formosa virgo dotis dimidium  
Een mooi meisje is de halve bruidsschat. (Afranius)  
   
Forsan et haec olim meminisse iuvabit  

Wellicht zal het eens een vreugde zijn ook hieraan terug te denken.

(Vergilius, Aeneis 1, 203)

 
   
Fortes Fortuna adiuvat  
Fortuna (het geluk) helpt de sterken (moedigen). (Terentius, Phormio 203)  
   
Fortuna caeca est  
De Fortuin is blind. (geluk is blind) (Cic, Laelius de amicitia 54)  
   
Fortuna multis dat nimis, nulli satis  

De fortuin geeft aan menigeen te veel, aan niemand genoeg.

(Martialis, Epigrammata)

 
   
Fortuna vitrea est: tum cum splendet frangitur  

Geluk is als glas, juist als het schittert, wordt het gebroken.

(Publilius Syrus, Sententiae, 189)

 
   
Fronti nulla fides  
Op het uiterlijk kan men niet afgaan. (Iuvenalis, Saturae 2, 8)  
   
Frustra laborat, qui omnibus placere studet  
Die allen tracht te behagen doet tevergeefse moeite.  
   
Fundere aquas in mare  
Water naar de zee dragen.  
   
Fur, cave  
Dief, pas op.  
 
G   top  
   
Gallus in suo sterquilino plurimum potest  

Elke haan is baas op zijn eigen mesthoop.

(Iedereen is de baas in zijn eigen huis.)
(Seneca, Apocolocyntosis 7)

 
   
Gaudeamus igitur, (iuvenus dum sumus)  
Laat ons dan vrolijk wezen, (zolang we jong zijn).
Begin van een oud studentenlied.
 
   
Gladiator in arena consilium capit  

De gladiator vormt zijn plan in de arena (d.w.z. te laat).

(Publilius Syrus, Sententiae 149)

 
   
Gloria filiorum patres  
De roem van de zonen is die van hun vaders.  
   
Gloriosum est iniurias oblivisci  
Het is glorieus om onrecht te vergeten.  
 
H   top  
   
Historia docet  
Geschiedenis onderricht. (Leer van het verleden)  
   
Historia est vitae magistra  
Geschiedenis is de leermeester van het leven.  
   
Hoc est vivere bis vita posse priore ervi  
Tweemaal leven is nuttig profiteren van het verleden.
(Ervaring is de beste leermeester, dus leer er van.)
 
   
Hoc natura est insitum, ut quem timueris, hunc semper oderis  
Het is een aangeboren iets om diegene te haten die we geleerd hebben te vrezen.  
   

Hoc tempore obsequium amicos, veritas odium parit

 

Tegenwoordig krijgt men vrienden door vleierij, de waarheid baart haat. (Terentius)

 
   
Hodie mihi, cras tibi  
Heden (is de beurt) aan mij, morgen aan u. (heden ik, morgen gij.)
Opschrift bij de ingang van een begraafplaats, op grafzerken, enz.
 
   
Homines quod volunt credunt  
Mensen geloven wat ze willen geloven. (Caesar)  
   
Homo homini lupus  
De mens is een wolf voor de mensen. (Plautus)  
   
Homo praesumitur bonus donec probetur malus  
Men is onschuldig tot men schuldig is bevonden.  
   
Homo sum, humani nihil a me alienum puto  
Niets menselijks is mij vreemd. (Cicero)  
   
Homo vitae commodatus non donatus est  
De mens is het leven geleend, niet gegeven. (Pubilius Syrus)  
   
Honor virutis preamium  
Eer is de beloning voor deugdzaamheid.  
   
Honores mutant mores  
Eerbewijzen veranderen de gewoontes. (macht corrumpeert)  
   
Hora ruit, tempus fluit  
Het uur snelt voort, de tijd vergaat.  
   
Hostis est quisquis mihi non monstrat hostem  
Een vijand is ieder die mij de vijand niet wijst. (Seneca)  
 
I   top  
   
Ignis aurum probat, miseria fortes viros  
Vuur test goud, tegenslag test sterke mannen.(het leven is geen lolletje)  
   
Ille dolet vere, qui sine teste dolet  
Hij die oprecht treurt, treurt zonder getuigen. (Martialis)  
   
Imperare sibi maximum imperium est  
Zichzelf te beheersen is de grootste heerschappij.
(Seneca, Epistulae morales ad Lucilium 113, 30)
 
   
Impossibilium nulla obligatio est  
Niemand is gehouden tot het onmogelijke. (= Rechtsregel.)  
   
In cauda venenum  
Het venijn zit in de staart; i.e. in de staart (van de schorpioen) zit het vergif;
in het laatste deel van de rede of van een geschrift zit de felheid van de aanval.
Dit gezegde wordt gebruikt, wanneer bij een veelbelovend voorstel
het ongunstige pas aan het einde komt.
 
   
In dubiis non est agendum  
Bij twijfel (gevallen) onthoud men zich van actie.  
   
In dubio, abstine  
In geval van twijfel, onthoude men zich.  
   
In dubio pro reo  
Twijfel (aan de schuld) komt de verdachte ten goede.
Rechtsregel. (In twijfel, dan vóór de beschuldigde)
 
   
In hoc signo vinces  
In dit teken zult u overwinnen. (Eusebios)  
   
In medio stat virtus  
De deugd staat in het midden. (Horatius)  
   
In medio tutissimus ibis  
In het midden van alles bent u het veiligst. (Ovidius)  
   
Inopi beneficium bis dat, qui dat celeriter  

Wie vlot geeft, bewijst een behoeftige tweemaal een weldaad.

(Publilius Syrus, Sententiae 235)

 
   
Inter spem et metum  
Tussen hoop en vrees.  
   
In vino veritas  
De waarheid is in de wijn. (een dronkaard spreekt de waarheid)  
   
Ira furor brevis est  
Woede is een korte krankzinnigheid (Horatius)  
   
Inter arma enim silent leges  
In tijden van oorlog zijn de wetten stil. (Cicero, Oratio Pro Annio Milone IV)  
 
L   top  
   
Lector benevole  
Beste lezer.  
 
M   top  
   
Maiore cura quam ingenio  

Geschreven met meer zorg dan talent.
Over de dichtkunst van Silius Italicus (o.a. Punica) en de tegenstrijdigheid
in diens zeer luxe leven in Campani en de prediking van de eenvoud en

soberheid in diens werk merkt Plinius minor in zijn necrologie (brief 3,7)

over Silius dit enigszins zuur op.

 
   
Male parta male dilabuntur  
Wat onrechtvaardig (oneerlijk) is verworven gedijt niet. (Cicero)  
   
Malum consilium quod mutari non potest  
Het is een slecht plan dat niet gewijzigd kan worden. (Publilius Syrus)  
   
Manus manum lavat  
De ene hand wast de andere. (gunst voor een gunst)
(Petronius, Satiricon 45; Seneca, Apocolocyntosis 9)
 
   
Matrem timidi flere non solere  

De moeder van een voorzichtig man heeft zelden reden tot wenen.

(Nepos, Trasybulus, 2)

 
   
Mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa  
Door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld.  
   
Mea mihi conscientia pluris est quam omnium sermo  

Mijn eigen geweten betekent meer voor mij dan wat de wereld zegt.

(Cic., Ad Att. ep.28,2)

 
   
Medicoque tantum hominem occidisse inpunitas summa est.  

Alleen een arts gaat geheel vrijuit wanneer hij een mens heeft gedood.

(Plin.nat.hist.29,18)

 
   
Memento, homo, quia pulvis es et in pulverem revertis  
Bedenk, mens, dat ge stof zijt en tot stof zult wederkeren. (Genesis 3, 19)  
   
Memento mori  
Gedenk te sterven.
Devies van de Orde der Trappisten.
 
   
Mens agitat molem  

De geest beweegt de massa. (de geest regeert de materie.)

(Vergilius, Aeneis 6, 727)

 
   
Mens regnum bona possidet  

Wie een goed hart heeft, bezit een koninkrijk.

(wie een goed hart heeft, heeft een groot bezit).
(Seneca, Thyestes 380)

 
   
Mens sana in corpore sano  
Een gezonde geest in een gezond lichaam. (Iuvenalis, Saturae 10, 356)  
   
Multum legendum est, non multa  
Veel moet je lezen, niet velerlei. (Je moet in de diepte lezen, niet in de breedte.)  
   
Multum, non multa  
Veel, niet velerlei.
(Plinius minor, Epistulae 7, 9, 16 ; Quintilianus, Institutio oratoria 10,1)
 
 
N   top  
   
Necessitas frangit legem  
Nood breekt wet.  
   
Nec verbum verbo curabis reddere fidus interpres  
Als een ware vertaler moet je er opletten niet letterlijk te vertalen. (Horatius)  
   
Necesse est multos timeat quem multi timent  
Hij moet velen vrezen, die door velen word gevreesd. (Laberius)
Bij deze regel zou het publiek naar Caesar hebben gekeken.
 
   
Nemo in amore videt  
In de liefde ziet niemand. (Liefde maakt blind.) (Propertius, Elegiae 2, 14, 18)  
   
Nemo mortalium omnibus horis sapit  
Geen sterveling is te allen tijde wijs. (Plinius maior)  
   
Nemo risum praebuit, qui ex se coepit  
Niemand wordt uitgelachen, die om zichzelf lacht. (Seneca)  
   
Nemo sine cruce  
Niemand is zonder kruis. (ieder huisje heeft zijn kruisje.)
Tekst op gevelsteen van het Martenahuis in Franeker.
 
   
Nemo sine vitiis nascitur  
Niemand wordt zonder gebreken geboren. (Horatius, Satirae)  
   
Nemo sine vitio est  
Niemand is zonder fouten. (Seneca maior)  
   
Nemo solus satis sapit  
Niemand weet alleen genoeg. (Plautus, Miles gloriosus 885)  
   
"Nescire autem quid ante quam natus sis acciderit, id est semper esse puerum.
Quid enim est actas hominis, nisi ea memoria rerum veterum cum superiorum actate contexitur?"
 

"Niet weten wat er voor je geboorte is gebeurd is altijd een kind blijven.
Want wat is een mensenleven waard tenzij het met het leven van onze

voorouders wordt verweven door de annalen van de geschiedenis?"
(Cicero, Orator XXXIV.120)

 
   
Nescire quaedam magna pars sapientiae est  

Sommige dingen niet te weten is een groot deel van de wijsheid.

(Hugo de Groot)

 
   
Nescis quid vesper vehat  
Je weet niet wat de avond brengt.  
   
Ni (si) fallor  
Als ik me niet vergis.  
   
Nihil ad rem  
Het doet niets ter zake.  
   
Nihil agere delectat  
Het is plezierig niets te doen. (Cicero, De oratore 2, 24)  
   
Nihil desperandum  
Er moet niet worden gewanhoopt. (wanhoop niet)  
   
Nihil est in intellectu quod non prius in sensu  
Er is niets in het verstand dat niet al eerder was waargenomen.
Of, Niets is er in het verstand, dat niet eerst zintuiglijke waarneming is geweest.
 
   
Nihil semper floret  
Niets bloeit eeuwig  
   
Nihil tam munitum quod non expugnari pecunia possit  
Geen vesting is zo sterk dat het niet kan worden ingenomen door geld. (Cicero)  
   
Nil novi sub sole  
Er is niets nieuws onder de zon. (Prediker 1, 9)  
   
Nolens volens  
Niet-willend willend. (Of men wil of niet, goed- of kwaadschiks)
Dit gezegde is niet klassiek.
 
   
Nomen nescio (N.N.)  
Ik weet de naam niet.
N.N. wordt gebruikt als aanduiding van iemand die onbekend moet blijven.
 
   
Non est ad astra mollis e terris via  
De weg van de aarde naar de sterren is niet gemakkelijk.(Seneca)  
   
Non est ars quae ad effectum casu venit  
Wat door toeval tot uitwerking komt, is geen kunst.
(Seneca, Epistulae morales ad Lucilium 29, 3)
 
   
Non liquet (N.L.)  
De zaak is niet duidelijk. (ik onthoud me van een beoordeling.)
Romeinse formule om een blanco stem uit te brengen
.
 
   
Non nobis solum nati sumus  
Wij zijn niet voor onszelf alleen geboren. (Cicero, De officiis 1, 22)
Vgl. Nemo sibi vivit, et nemo sibi moritur.
 
   
Non omne quod nitet aurum est  
Het is niet alles goud dat blinkt.  
   
Non omnes qui habent citharam sunt citharoedi  
Niet iedereen die een gitaar heeft is een gitarist. (Varro, De re rustica 2, 1, 3)  
   
Non omnia possumus omnes  

Wij kunnen niet allen alles. (Ieder heeft zijn eigen talent.)

(Vergilius, Bucolica, 8, 63)

 
   
Non placet  
Het behaagt niet: tegen!. (ik ben er tegen.)
Formule bij verwerping van voorstel.
 
   
Non quia difficilia sunt non audemus, sed quia non audemus difficilia sunt  

Het is niet zo dat de dingen moeilijk zijn omdat we ze niet wagen,

maar omdat we ze niet wagen zijn ze moeilijk.

(Seneca, Ep. morales ad Lucilium 104, 26)

 
   
Non qui parum habet, sed qui plus cupit.  

Niet wie te weinig heeft is arm, maar wie naar meer verlangt.

Seneca, ad Lucilium, 1.2, 6.

 
   
Nosce te ipsum  
Leer jezelf kennen. (ken u zelf)
Naar de Griekse inscriptie op de tempel van Apollo te Delphi.
 
   
Nota bene (N.B.)  
Let wel!; ironisch: nu nog mooier!  
   
Nuda veritas  
De naakte waarheid. (Horatius, Carmina 1, 24, 7)  
   
Nulla aetas ad discendum sera  
Men is nooit te oud om te leren.  
   
Nulla calamitas sola  
Een ongeluk komt zelden alleen.  
   
Nullis amor est medicabilis herbis  
Tegen de liefde is geen kruid gewassen. (Ovidius, Metamorphoses 1, 523)  
   
Nullius in verba  
(Vertrouw) niemand op zijn woord. (Horatius)  
   
Nullum est iam dictum quod non dictum sit prius  
Niets wordt nu gezegd wat niet al eerder gezegd is.
(Terentius, Eunuchus, Prologus 41)
 
   
Nullus est liber tam malus, ut non aliqua parte prosit  

Geen boek is zo slecht dat het niet op een of andere wijze van nut is.

(Plinius minor)

 
 
O   top  
   
O quam cito transit gloria mundi!  
O, hoe snel vergaat de roem van de wereld!  
   
O tempora, o mores  
O tijden, o zeden!
Klacht van Cicero over de verdorvenheid van zijn tijd.
(Cic, Catilina 1, 1, 2, De domo sua 137, Pro Deiotaro 31)
 
   
O sancta simplicitas!  
Oh, heilige eenvoud!
In het bijzonder bij verbazing over domheden.
 
   
Obsequium amicos, veritas odium parit  
Met meegaandheid maak je vrienden, met waarheid haat. (Terentius, Andria 68)  
   
Occasio facit furem  
De gelegenheid maakt de dief.  
   
Oculum pro oculo, dentem pro dente  
Oog om oog, tand om tand.
Exodus 21, 24; Leviticus 24, 20; Deuteronomium 19, 21; Mattheus 5, 38.
 
   
Oderint, dum metuant  

Laat ze me maar haten, zolang ze me vrezen.
Devies van de Romeinse keizer Caligula.
(Accius, Atreus; Suetonius, Vita Gai 30; Cicero, De officiis 1, 97 en /

Pro Sestio 48, 102; Seneca, De clementia 1, 12, 4 en 2, 2, 2 en De ira 1, 20, 4)

 
   
Oderint, dum probent  
Laat ze me maar haten, zolang ze mij waarderen.
Devies van de Romeinse keizer Tiberius.
(Suetonius, Vita Tiberi 59; Seneca, De ira 1, 20, 4)
 
   
Omne animal se ipsum diligit  
Elk levend wezen heeft zichzelf lief. (Cicero, De finibus 5, 9, 24)  
 
P   top  
   
Pacta sunt servanda  
Afspraken moet men nakomen. (Cicero)  
   
"Paete, non dolet"  

Paetus, het doet geen pijn. (Plinius minor, Epistulae 3, 16, 6)
Nadat de Romeinse vrouw Arria zichzelf had doorstoken, reikte zij haar man

Paetus de dolk aan en zei deze woorden tot hem om hem aan te moedigen ook

zelfmoord te plegen na een mislukte samenzwering tegen keizer Claudius.

 
   
Pars sanitatis velle sanari fuit  

Gezond willen worden is een deel van het genezingsproces.

(Seneca, Phaedra 249)

 
   
Pecunia non olet  

Geld stinkt niet. (alle wegen tot rijkdom zijn geoorloofd.)
Toegeschreven aan keizer Vespasianus n.a.v. de opbrengst van de belasting

op de openbare privaten. (Suetonius, Vita divi Vespasiani 23)

 
   
Pessimum genus inimicorum laudantes  
Vleiers zijn de ergste soort vijanden.  
   
Pessimus inimicorum genus, laudantes  
De ergste soort van vijanden (zijn zij) die kunnen prijzen. (Tacitus)  
   
Philosophum non facit barba!  
Een baard maakt nog geen filosoof. (Plutarchus)  
   
Plus salis, quam sumptus  
Meer smaak (zout), dan geld. (kosten) (Nepos, Att.vita, 13)  
   
Post proelia praemia  
Na de strijd komt de beloning.  
   
Probitas laudatur et alget  
Deugdzaamheid wordt geprezen en in de kou gezet.
(Deugdzaamheid wordt geprezen en vergeten?) (Juvenalis)
 
 
Q   top  
   
Quae nocent docent  
Wat schaadt brengt lering. (door schade en schande wordt men wijs.)  
   
Quae sunt Caesaris, reddite Caesari et, quae sunt Dei, Deo  
Geeft wat van de keizer is aan de keizer en wat van God is aan God.
(Marcus 12, 17; vgl. Mattheus 22, 21 en Lucas 20, 25)
 
   
Qualis artifex pereo!  
Wat een kunstenaar gaat er met mij verloren!
Laatste woorden van keizer Nero (Suetonius, Vita Neronis 49)
 
   
Qualis pater talis filius  
Zoals de vader is, is de zoon. (zo vader, zo zoon)  
   
Quam bene vivas refert, non quam diu  
Niet hoelang je leeft is belangrijk, maar hoe goed je leeft. (Seneca)  
   
Quem di diligunt, adolescens moritur  
Zij die de goden liefhebben sterven jong. (de goeden sterven jong)  
   
Qui bene cantat, bis orat  
Hij die mooi zingt, bid tweemaal.  
   
Qui dedit benificium taceat; narret qui accepit  

Laat hij die een gunst heeft verleent zwijgen;

laat hij die hem heeft ontvangen spreken. (Seneca)

 
   
Qui desiderat pacem, praeparet bellum  
Hij die vrede wenst bereidt zich voor op oorlog. (Vegetius)  
   
Qui docet discit  
Hij die onderwijst leert.  
   
Qui dormit, non peccat  
Wie slaapt zondigd niet.  
   
Qui habet aures audiendi audiat  
Hij die oren heeft, moet leren hoe ze te gebruiken.  
   
Qui e nuce nucleum esse vult, frangit nucem  
Wie de pit wil hebben, moet eerst de noot kraken.
(wie wat wil bereiken moet zich inspannen.) (Plautus, Curculio 55)
 
   
Qui ignorabat, ignorabitur  
Hij die onwetend is blijft onopgemerkt.  
   
Qui multum habet, plus cupit  
Hij die veel heeft, verlangt meer. (Seneca)  
   
Qui scribit bis legit  
Hij die schrijft leest tweemaal.  
   
Qui sine peccato est, primus lapidem mittat  
Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen. (Johannes 8, 7)  
   
Qui tacet, consentit  
Wie zwijgt, stemt toe.  
   
Quid pro quo  
Iets voor iets. i.e. Een gunst voor een gunst.  
   
Quidquid latine dictum sit, altum viditur  
Al wat in het Latijn wordt gezegd, wordt als verheven beschouwd  
   
Quis custodiet ipsos custodes  
Wie zal de bewakers zelf bewaken? (wie bewaakt de bewakers?)
(Iuvenalis, Saturae 6, 347/348)
 
   

Quod aestimatione nocturnae quietis dimidio quisque spatio vitae suae vivit.

 

Als we rekening houden met onze nachtrust leeft iedereen maar

de helft van zijn leven. (Plin.nat.hist.7,167)

 
   
Quod cito acqviritur cito perit  
[dat] Wat snel wordt verkregen [is] snel verloren. (zo gewonnen, zo geronnen)  
   
Quod erat demonstrandum (q.e.d.)  
Hetgeen moest worden bewezen.
Formule aan het slot van een bewijsvoering.
 
   
Quod felix, faustumque sit  
Hetgeen gelukkig en gezegend moge zijn.  
   
Quod licet Iovi, non licet bovi  

Wat vrijstaat aan Jupiter, staat daarom nog niet vrij aan een os.
(wat de hogere in rang past, is voor de lager geplaatste

niet vanzelfsprekend geoorloofd.)

 
   
Quod tibi fieri non vis, alteri ne feceris  

Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.

(Keizer Alexander Severus)

 
   
Quod tuum est, meum est, omne meum est autem tuum  
Wat van jou is, is van mij, alles van mij is nu van jou. (Plautus, Trinummus 329)  
   
Quod vive (q.v)  
Welk zien. (zie aldaar): een academische kruis-verwijzing.  
   
Quos amor verus tenuit, tenebit  
Ware liefde zal vasthouden hen die het vast hield. (Seneca)  
   
Qvalis pater talis filivs  
Zo vader zo zoon. (de appel valt niet ver van de boom)  
 
R   top  
   
Redde Caesari quae sunt Caesaris  
Geef Caesar wat Caesar toekomt.  
   
Repetitio est mater sapientiae  
Herhaling is de moeder der wijsheid.  
   
Repetitio est mater studiorum  
Herhaling is de moeder der studin; herhaling is nodig voor de studie.  
   
Res inter alios  
Andermans zaken zijn niet de onze.  
   
Res ipsa loquitur  
Het geval spreekt voor zichzelf. (vanzelf sprekend)  
   
Res tantum valet quantum vendi potest  
Iets is slechts zoveel waard wat een ander er voor wil betalen.  
   
Respice post te, mortalem te esse memento  
Kijk om u heen, gedenk dat u sterfelijk bent. (Tertullianus)  
 
S   top  
   
Salus populi suprema lex esto  
Het welzijn van het volk moet de hoogste wet zijn.
(Cicero, De legibus 3, 3, 8) Devies van de Amerikaanse deelstaat Missouri.
 
   
Salutem (plurimam) dicit (S.D. of S.P.D.)  
Hij groet (hartelijk).
Aanhef van een Latijnse brief.
 
   
Salvo errore et omissione (S.E. & O.)  
Behoudens fouten en weglatingen.  
   
Sancta simplicitas  
O, heilige eenvoud (onnozelheid). (Eusebius)  
   
Sapienti sat  
Voor de wijze genoeg. (Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig.)
Zie ook: Dictum sapienta sat est.
 
   
Satius est enim otiosum esse quam nihil agere  
Het is immers beter om vrije tijd te hebben dan niets uit te voeren.
(Plin. minor, Epistulae 1, 9, 8)
 
   
Scire nostrum riminisci  
Ons weten is herinneren.  
   
Sciunt haec coqui  
Dat weten koks. (Het geheim van de smid.) (Erasmus)  
   
Scribendi recte sapere est principium et fons  

Van goed schrijven is verstandig denken oorsprong en bron.

(Horatius, Ars poetica 309)

 
   
Scripta manent, verba volant  
Het geschrevene blijft, woorden vervliegen.  
   
Sed fugit interea, fugit irreparabile tempus  
Maar ondertussen ontvliedt de tijd, ontvliedt onherstelbaar de tijd.
(Vergilius, Georgica 3, 284)
 
   
Sed quis custodiet ipsos custodes?  
Maar wie zal de bewakers zelf bewaken? (Iuvenalis, Saturae 6, 347/348)  
   
Semel scriptum decies lectum  
Eenmaal geschreven betekent tienmaal gelezen.  
   
Semper avarus eget  
Een vrek lijdt altijd gebrek. (Horatius, Ep. 1, 2, 56)  
   
Semper aliquid haeret  
Er blijft altijd wel wat van hangen.  
   
Semper aedem  
Altijd dezelfde. (Vrouwelijke vorm van semper idem)
Devies van koningin Elizabeth I van Engeland.
 
   
Semper bonus homo tiro est  
Een goed mens blijft altijd een beginneling. (Martialis, Epigrammata)  
   
Semper fidelis  
Altijd betrouwbaar.  
   
Semper florens  
Steeds bloeiend.  
   
Semper paratus  
Altijd bereid.  
   
Semper virens  
Altijd groen (van een boom); altijd fris (van een mens).  
   
Semper vigil  
Steeds waakzaam.  
   
Senatus Populusque Romanus (S.P.Q.R.)  
De senaat en het volk van Rome.  
   
Senectus ipsast morbus  
Ouderdom is op zichzelf reeds een ziekte. (Terentius, Phormio 575)  
   
Senes bis pueri  
Oude mensen zijn voor de tweede maal kind.  
   
Seniores priores  
De ouden het eerst. (oude mensen gaan voor.)  
   
Sera parsimonia in fundo est.  

Spaarzaamheid met de bodem in zicht komt te laat.

Seneca, ad Lucilium, 1.1, 5

 
   
Sermo datur cunctis, animi sapientia paucis  
Spraak is aan iedereen gegeven, een wijze geest slechts aan weinigen.
(Disticha Catonis 1, 10)
 
   
Si dis placet  
Zo het de goden behaagt.  
   
Si placet  
Als het behaagt, als het u belieft.  
   
Si post fata venit gloria non propero  
Als roem komt na de dood, dan heb ik geen haast.
(als men moet sterven om erkenning te krijgen, dan wacht ik wel.)
 
   
Si tacuisses, philosophus mansisses  
Als je gezwegen had, was je filosoof gebleven.
(als je niets had gezegd, was je onwetendheid niet opgemerkt.) (Boethius)
 
   
Si vis amari, ama  
Als je bemind wil worden, bemin (dan).
(Seneca, Ep.morales ad Lucilium 9, 6; Publilius Syrus, Sententiae 306 en 348)
 
   
Si vis pacem, para bellum  
Als je vrede wilt, bereid dan oorlog voor.
(indien gij de vrede wilt, bereidt u ten oorlog.)
 
   
Sic transit gloria mundi  
Zo gaat de heerlijkheid der wereld voorbij.
Woorden gericht tot de paus bij zijn kroning.
 
   
Silent leges inter arma  
De wetten zwijgen onder wapengeweld.
(in de oorlog zwijgen de wetten) (Cicero, Pro Milone 4, 11)
 
   
Silentium est aureum  
Zwijgen is goud.  
   
Silentium videtur confessio  
Stilzwijgen schijnt een betekenis. (wie zwijgt stemt toe.)
(Seneca maior, Controversiae 10, 2, 6)
 
   
Simile simili gaudet  

Gelijk schept behagen in gelijk; wij vinden genoegen aan wat ons gelijk is;

soort zoek soort.

 
   
Simplex sigillum veri  
Eenvoud is het zegel (of kenmerk) van het ware. (Boerhaave)  
   
Sine amico non potes bene vivere  
Zonder vriend kun je niet goed leven.  
   
Sine dubio  
Zonder twijfel, ongetwijfeld.  
   
Sine ira et studio  
Zonder haat en voorliefde. (onpartijdig.) (Tacitus, Annales 1, 1)  
   
Sit tibi terra levis  
Moge de aarde licht op u rusten; Zij de aarde u licht;
moge de aarde (waaronder je ligt) je licht vallen.
Dit is het meest voorkomende antieke grafschrift.
 
   
Sit venia verbo  

Er zij verlof voor dit woord; permitteer mij dit woord;

men verontschuldige mij de uitdrukking.

 
   
Sol omnibus lucet  
De zon schijnt voor iedereen.(Petronius, Satiricon 100)  
   
Somnus est imago mortis  
De slaap is een schim van de dood.
(Cicero, Tusculanae disputationes 1, 38, 92)
 
   
Spemque metumque inter dubiis  
Zweven tussen hoop en vrees. (Vergilius)  
   
Sperat infestis, metuit secundis  
Hij hoopt in tegenspoed, vreest in voorspoed. (Horatius, Carmina 2, 10, 13)  
   
Sperate et vosmet rebus servate secundis  
Hoop en bewaar je krachten voor betere tijden. (Vgl. Vergilius, Aeneis 1, 207)  
   
Spero meliora  
Ik hoop op betere tijden.  
   
Spes mihi unica  
Hoop is het enige dat mij rest.  
   
Stante pede  
Op staande voet, onmiddellijk.  
   
Stultitia est venatum ducere invitas canes  

Met onwillige honden is het moeilijk hazen vangen.
(je kan moeilijk iets bereiken met mensen die niet willen meewerken.)

(Plautus, Stichus 139)

 
   
Stultitiam simulare loco prudentia summa est  
Op het juiste ogenblik doen alsof je dom bent is de voornaamste wijsheid.
(Disticha Catonis 2, 18)
 
   
Stultorum infinitus numerus est  
Het getal der dwazen is oneindig.  
   
Stultorum plena sunt omnia  

Alles is vol dwaasheid. (de wereld lijkt wel een gekkenhuis.)

(Cicero, Ad familiares 9, 22)

 
   
Stultum est timere, quod vitari non potest  

Het is dwaas bang te zijn voor iets dat niet vermeden kan worden.

(Publilius Syrus, Sententiae)

 
   
Sub sole nihil perfectum  
Onder de zon, (d.i. op aarde) is niets volmaakt.  
   
Sum quod eris  
Ik ben wat jij zult zijn. (grafschriften)  
 
T   top  
   
Tabula rasa  

Gladgemaakt/onbeschreven schrijftafeltje; onbeschreven blad.
Deze uitdrukking wordt gebruikt om de positie aan te duiden waarin de

menselijke ziel zich bij de geboorte zou bevinden.
Wordt ook gebruikt als tabula rasa maken: schoon schip maken.

 
   
Tacent, satis laudant  

Ze zwijgen, ze prijzen genoeg. (hun zwijgen is voldoende lof.)

(Terentius, Eunuchus 476)

 
   
Talis oratio qualis vita  
Taal gebruik spiegeld het leven.
Seneca (brief 114) in zijn analyse van Romes verval.
 
   
Taliter qualiter  
Zo zo; niet goed en niet slecht; middelmatig.  
   
Tamquam scopulum, sic fugias inauditum atque insolens  
Zoals een rif, vermijdt een vreemd en onbekend woord. (De Analogia, Gell.I.x, 4)  
   
Te hominem esse memento  
Vergeet niet dat je een mens bent.
Dit riep de staatsslaaf tegen de triomfator bij een triomftocht.
 
   
Tempora labuntur, tacitisque senescimus annis  

De tijd snelt voort en door de jaren heen worden we ongemerkt oud.

(Ovidius, Fasti 6, 771)

 
   
Tempora mutantur, nos et mutamur in illis  
De tijden veranderen en wij veranderen mee.  
   
Tempori parce  
Wees zuinig met tijd.
(Seneca, Epistulae morales ad Lucilium 88, 39 en 94, 28)
 
   
Tempus fugit  
De tijd vliedt heen.
Opschrift op klokken en zonnewijzers.
 
   
Tempus ruit hora fluit  
De tijd snelt voort, het uur vliedt heen.  
   
Testimonium de auditu  
Verklaring van horen zeggen.  
   
Testimonium paupertatis  
Bewijs van onvermogen. Meestal overdrachtelijk bedoeld.  
   
Testis unus, testis nullus of Unus testis, nullus testis  

En getuige is geen getuige.
Iemand kan niet op grond van slechts de getuigenis van n persoon

veroordeeld worden.

 
   
Timeo Danaos et dona ferentes  
Ik vrees de Grieken, ook al geven zij geschenken.  
   
Totus tuus (T.T.)  
Geheel de uwe.
Aan het slot van een brief gericht aan n persoon.
 
   
Totus vester (T.V.)  
Geheel de uwe.
Aan het slot van een brief gericht aan meer personen.
 
   
Trahimur omnes studio laudis  
Wij laten ons allen leiden door ons streven naar lof. (Cicero, Pro Archia 26)  
   
Trahit sua quemque voluptas  
Ieder laat zich door zijn eigen lusten leiden. (Vergilius, Bucolica 2, 65)  
   
Tristis eris si solus eris  
Je zult droevig zijn als je alleen bent. (Ovidius, Remedia amoris 583)  
   
Tu quoque, Brute of Et tu, Brute  
Ook jij, Brutus?
Vertaling van de Griekse woorden die Julius Caesar zou hebben gezegt
toen hij Brutus onder zijn moordenaars ontwaarde.
Uitdrukking van teleurstelling in iemand
 
   
Tunica pallio propior est  

Het hemd is nader dan de mantel. (het hemd is nader dan de rok.)

(Plautus, Trinummus 1154)

 
   
Tute hoc intristi: tibi omne est exedendum  
Jij hebt dit gebrouwen, jou zal 't rouwen. (Terentius, Phormio 318)  
 
U   top  
   
Ubi amor, ibi fides  
Waar liefde is, daar is vertrouwen.  
   
Ubi bene, ibi patria  
Waar het mij goed gaat, daar is mijn vaderland.
( Cicero, Tusculanae disputationes 5, 37, 108)
 
   
Ubi mel, ibi fel  
Waar honing is, daar is ook gal. (geen roos zonder doornen.)  
   
Ubi vinum, ibi cantus  
Waar wijn is, daar is gezang.  
   
Ultra posse nemo obligatur  
Niemand wordt verplicht tot meer dan waartoe hij in staat is.
(niemand is gehouden tot het onmogelijke.)
 
   
Una hirundo non facit ver  
En zwaluw maakt nog geen lente.  
   
Unus homo nobis cunctando restituit rem  
Door te talmen redde een enkele man onze staat van de ondergang.
(Ennius bij Cic, Cato mai. de senectute 4, 10, De officiis 1, 84, Ad Att. 2, 19, 2)
 
   
Usus magister est optimus  
Ervaring is de beste leermeester. (Cicero, Pro Rabirio Postumo 4, 9)  
   
Ut desint vires, tamen est laudanda voluntas  

Ook al ontbreken de krachten, toch is de wil te prijzen.

(Ovidius, Epistulae ex Ponto 3, 4, 79)

 
   
Ut sementem feceris, ita metes  
Zoals je zaait, zul je oogsten. (Cicero, De oratore 2, 65, 261)  
   
Uti, non abuti  
Om te gebruiken, niet om te misbruiken.  
 
V   top  
   
Vae, puto deus fio  
Wee, ik geloof dat ik een god word.
Laatste woorden van Vespasianus. (Suetonius, Vita divi Vespasiani 23)
 
   
Vae victis!  
Wee de overwonnenen! (Livius)  
   
Vanitas vanitatum et omnia vanitas  
IJdelheid der ijdelheden en alles is ijdelheid. (Prediker 1, 2 en 12, 8)  
   
Vare, Vare, redde mihi legiones!  
Varus, Varus, geef me mijn legioenen terug!
Uitroep van keizer Augustus.
 
   
Verba volant, scripta manent  
Woorden vervliegen, het geschrevene blijft.  
   
Verbum sapienti satis est (verb. sap.)  
Een woord tot de wijze is voldoende.  
   
Veritas filia temporis  
De waarheid is de dochter van de tijd (met de tijd komt de waarheid aan het licht.)
(Aulus Gellius, Noctes Atticae 12, 11, 7)
 
   
Victrix causa deis placuit, sed victa Catoni  

De goden hebben gestemd vr de winnende zaak,

maar Cato vr de verliezende.
(Lucanus, Pharsalia, 1, 128)

 
   
Vinum et musica laetificant cor  
Wijn en muziek verblijden het hart.  
   
Vir sapit qui pauca loquitur  
De man is wijs die weinig praat. (weet wanneer je moet zwijgen)  
 
Virtus in medio  
De deugd (ligt) in het midden.  
   
Vivas ut possis quando nec quis ut velis  
Leef zoals u kunt daar u niet kunt leven zoals u zou willen. (Plocium)  
   
Vulpem pilum mutat, non mores  
Een vos verliest zijn haren maar niet zijn streken.